Banner
Banner

  • Mărește dimensiunea fontului
  • Dimensiunea fontului normală
  • Micește dimensiunea fontului

Handboeien volstaan niet meer. De restauratie begint. / Catusele nu mai sunt suficiente. Incepe restauratia

Email Imprimare PDF
Vlad Mixich is een succesvolle journalist van HotNews.ro en correspondent voor Deutsche Welle. Door zijn scherpe analyse van de Roemeense maatschappij en nog scherpere kritiek op de vele gezichten  van corruptie wordt Mixich één van de meest geloofwaardige stemmen binnen de geschreven pers.  In het artikel  ‘Handboeien volstaan niet meer. De restauratie begint ‘ schildert Vlad Mixich op een vurige en kritische manier de worsteling van de Roemeense justitie met de corruptie en het engagement van de doorsnee Roemeen voor de vooruitgang van de samenleving: de burgerinitiatieven nemen toe.


Handboeien volstaan niet meer. De restauratie begint.

De herhaalde redding van Dan Ṣova door zijn collega’s senatoren heeft, los van de politieke discussies hierrond, een belangrijke betekenis: voor de tweede keer op korte tijd gaat de senaat regelrecht in tegen het rechtssysteem en bevordert een van zijn leden tot super-burger. Dan Ṣova staat boven het gewone volk. Hij heeft vandaag rechten waarvan wij zelfs niet kunnen dromen. Bovendien hebben alle politieke verklaringen van Victor Ponta eenzelfde boodschap: gedaan met de revolutie binnen justitie, de restauratie begint.


Ik weet niet hoeveel mensen zich dit realiseren, maar het voorbije jaar maakten de Roemenen een revolutie mee. Maar om te kunnen vooruitgaan, moet deze revolutie opnieuw uitgevonden worden. Handboeien volstaan niet meer.

De manipulaties die PSD (Socialistisch-Democratische Partij) en Victor Ponta (eerste minister, voorzitter PSD) doorvoeren, zijn zo primitief dat hun handelswijze met één zin ontmanteld kan worden. Indien de senaat de arrestatie van Dan Ṣova  (senator PSD) zou hebben aanvaard, dan had deze voor de rechter moeten verschijnen die hem al dan niet in voorlopige hechtenis zou hebben geplaatst. De zin van de stemming in de senaat bestaat er niet in om de beslissing van een rechter te vervangen, maar om het doorsturen naar de rechtbank van een senator die een politieke verklaring doet, tegen te houden. Dan Ṣova wordt echter niet beschuldigd van een politieke verklaring, maar van diefstal van openbare financiën. De zaken zijn meer dan duidelijk.

De sterke solidariteit onder de PSD-senatoren die ervoor kozen om hun collega tot super-burger te benoemen, is onbegrijpelijk. Laten we ons een dialoog van het televisiekanaal Digi 24 in herinnering roepen, waarin de moderator Sova vroeg wat hij kan doen voor de kiezers, behalve dan wat op televisie te komen ratelen.

•    Ṣova antwoordt: “Die mensen hebben problemen. Ze hebben geen grond om te cultiveren, er zijn problemen met de landbouw, ze hebben problemen met de tanden. Ze hebben geen tandarts, geen ziekenwagen, ze hebben slechte ogen, ze gaan vlug sterven.”
•    De moderator vraagt: “En kunt u, als parlementair, dit veranderen?”
•    Dan Ṣova antwoordt: “Als parlementariër kan ik niets veranderen, maar als lid van de regering wel.”
•    De moderator dringt aan: “En ziet u zichzelf met een andere bevoegdheid in een toekomstige regering?”
•    Dan Ṣova antwoordt: “Ik ben een trouwe soldaat van de Partij. De Partij beslist.”

Met deze repliek heeft super-burger Ṣova de hele situatie geschetst. De voorwaarden om op een bevoorrechte positie te komen zijn dus niet intelligentie, noch competentie, noch het werk of de eerlijkheid.  Je moet gewoon een ‘trouwe soldaat van de Partij’ zijn. Dat volstaat.
Beeld je je maar niet in dat de senatoren die super-burger Ṣova hebben gered, zijn onschuld in vraag stellen. Geen sprake van. Achter gesloten deuren is de kritiek van de partijsoldaten op justitie niet dat deze onschuldige mensen zou aanhouden. Bovendien werden immers 90% van de door de DNA (Nationale Directie Anticorruptie)  geopende dossiers afgesloten met veroordelingen.

Het probleem van de partijsoldaten is dat ze de voorbije jaren door hun onvoorwaardelijke toewijding aan de Partij, minstens één keer hebben moeten stelen en de wet overtreden. De meerderheid van deze ‘trouwe soldaten´ hebben lijken in hun kasten die wel eens het voorwerp van een aanhoudingbevel zouden kunnen uitmaken. Hun gesprekken gaan dus niet over onschuld, maar over de volgorde waarin ze beschuldigd worden. “Waarom word ik eerst gearresteerd als een andere ook  gestolen heeft?” worstelen ze met mekaar. Dit is de reden waarom men van langsom meer over het ‘uur zero’ spreekt, een gesprek dat de grenzen van partijen overschrijdt : vanaf vandaag 1 juni 2015, gaat wie steelt en betrapt wordt, naar de gevangenis. Maar de diefstallen van voor 1 juni worden vergeten. Dit is vandaag de droom van de super-burgers van het Roemeens parlement.

Er bestaan drie soorten parlementariërs: de bazen-poppenspelers van de partijen, de mensen met een bepaald lokaal aanzien en met een evenredig ego, die de partijen gebruiken om nog een plaats in het parlement te bemachtigen (dokters, leraren, voormalige sportlui, enzovoort)  en tenslotte de doorsneesoldaten. Dan Ṣova begon zijn politieke carrière bij de laatste categorie. Zijn antecedenten zijn rampzalig: hij loog in officiële documenten wat betreft zijn studies, hij ontkende het bestaan van de holocaust, belasterde diverse Roemeense en buitenlandse journalisten zonder enig bewijs en werkte de beschuldigingen van corruptie en omkoperij aan zijn adres tegen. Zijn enige kwaliteit is dat hij zijn partij met trouw heeft gediend en daarvoor stemarrangementen in het parlement kon ondernemen, dit terwijl zijn kiezers uit Oltenië ‘oogproblemen’ hebben.

Zoals altijd in de geschiedenis, volgt na een revolutie een restauratie. Vijfentwintig jaar na de Revolutie van 1989 kent Roemenië een nieuwe politieke aardbeving: tientallen voormalige ministers,  burgemeesters en grote lokale’ baronnen’ werden veroordeeld omdat ze geld van de Roemeense burgers hebben gestolen.  Wie zou vijf jaar geleden gedacht hebben dat Mazӑre, Udrea, Nӑstase, Voiculescu en vele anderen achter de tralies zouden belanden? We beleven een tijdperk dat in vet geschreven zal blijven staan in de geschiedenis van Roemenië.  Maar dat is niet voldoende.

Vorige herfst ben ik, na meerdere gesprekken met Amerikaanse verantwoordelijken in verband met de strijd tegen corruptie in het medisch systeem, te weten gekomen dat hun basisprincipe er niet in bestaat om de dief in de gevangenis te stoppen, maar het gestolen geld terug te winnen met een boete die tien keer groter is dan het gestolen bedrag. Naar zulke mentaliteit moet ook de Roemeense justitie evolueren. Handboeien volstaan niet (meer). Er zal een periode van restauratie volgen wanneer politieke bendes al wat mogelijk is zullen doen om deze gerechtsrevolutie tegen te houden. En ze zullen lukken. Zoals elke revolutie zal ook deze niet perfect geweest zijn: ze zal haar uitspattingen gehad hebben, haar helden en haar ellendelingen. Maar om van revolutie naar evolutie te groeien, is heel wat inventiviteit nodig.

Ik hoopte dat deze algemene opkuis binnen de politieke klasse een ander soort geëngageerde krachten naar voren zou schuiven. Ik heb me vergist. De oplossing komt niet van binnen de politieke klasse, die zelfs niet met de zweep van justitie kan hervormd worden. De oplossing komt van buitenaf. Ik ben het voorbije jaar getuige van een koortsachtige groei van het aantal burgerlijke initiatieven: middenklassers van rond de veertig die niets meer verwachten van politici. Zij nemen initiatieven om nieuwe afdelingen in ziekenhuizen te bouwen, toezicht te houden op activiteiten van ministeries, kampen voor kinderen te organiseren, de bouw van snelwegen in het oog te houden, in opstand te komen tegen de misbruiken in de opvoedingssector. Voorlopig zijn ze niet met velen, maar hun aantal is in stijgende lijn. Ze evolueren in de vrije ruimte die ontstond door de gerechtsrevolutie.

Zullen ze weerstand kunnen bieden aan de restauratie die zal volgen? Of zullen ze het model van hun grotere broers imiteren die na de verkiezingen van mei 1990 ervoor kozen om te vertrekken? Van hun antwoord op deze vraag is de toekomst van Roemenië afhankelijk.

Vertaler uit het Roemeens / Traducere din limba româna: Nicoleta Beraru

...........

Vlad Mixich este un jurnalist de succes al HotNews.ro ṣi corespondent la Deutsche Welle. Prin analiza de profunzime a societӑṭii româneṣti ṣi încӑ si mai profundӑ a multiplelor faṭete ale corupṭiei, Mixich devine una dintre vocile cele mai credibile ale presei scrise. In articolul ‘Cӑtuṣele nu mai sunt suficiente. Începe restauraṭia’  Mixich descrie într-un stil aprins, critic lupta Justiṭiei române cu corupṭia ṣi iniṭiativele care fac România sӑ evolueze  ale cetӑṭeanului român al clasei de mijloc – încet, dar sigur.

Catusele nu mai sunt suficiente. Incepe restauratia


Salvarea cu repetiţie a lui Dan Şova de către colegii săi senatori are, dincolo de discuţiile politice, o semnificaţie importantă: pentru a doua oară într-un scurt timp, Senatul se opune sistemului judiciar transformându-l pe unul dintre senatori în supra-cetăţean. Dan Şova este deasupra noastră, a populimii, el are în prezent drepturi la care noi ceilalţi nici nu visăm. În plus, toate declaraţiile publice ale premierului Victor Ponta transmit acelaşi mesaj: gata cu revoluţia justiţiei, începe restauraţia.

Nu ştiu câţi dintre noi am realizat dar, în ultimul an, românii au trăit o revoluţie. O revoluţie care are acum nevoie de o reinventare. Cătuşele nu mai sunt suficiente.

Manipularea PSD şi a premierului Victor Ponta este atât de primitivă încât e suficientă o singură propoziţie pentru a o demonta. Dacă Senatul ar fi încuviinţat cererea de arestare a lui Dan Şova, senatorul PSD ar fi ajuns în faţa judecătorului care l-ar fi putut trimite în arest preventiv sau nu. Rostul votului din Senat nu este acela de a substitui decizia judecătorului, ci de a bloca ajungerea în tribunal a unui senator în cazul unei declaraţii politice. Dan Şova nu este acuzat pentru o declaraţie politică, ci de furt din bani publici. Lucrurile sunt mai mult decât clare.

Frontul solid al senatorilor PSD care au ales să-şi transforme colegul într-un supra-cetăţean este de înţeles. Să ne reamintim un dialog purtat în urmă cu doi ani, la Digi 24, în care moderatorul îl întreba pe Dan Şova, trimis în Parlament de oltenii din zona Corabia, ce poate face pentru alegătorii lui în afară de a da din gură toată ziua pe la televizor:

Şova răspunde: “Oamenii de acolo au multe probleme. În afară de pământ, nu au alte locuri de muncă. Sunt probleme cu agricultura, au probleme cu dantura. N-au stomatolog, n-au salvare, au probleme cu ochii, mor oamenii cu zile.”
Moderatorul întreabă:  “Şi puteţi schimba ceva ca parlamentar?”
Dan Şova răspunde: “Ca parlamentar n-am putut să schimb, dar ca guvern pot.”
Moderatorul insistă: “Şi vă vedeţi în alt portofoliu şi într-un viitor guvern?”
Dan Şova răspunde: “Eu sunt un soldat credincios al partidului. Partidul decide.”

Cu această replică supra-cetăţeanul Şova a sintetizat întreaga situaţie. Condiţia pentru a ajunge într-o poziţie privilegiată în România nu este nici inteligenţa, nici competenţa, nici munca sau onestitatea. Trebuie să fi „un soldat credincios al partidului”. E suficient.

Să nu vă imaginaţi că senatorii care l-au salvat pe supra-cetăţeanul Şova îşi pun vreun moment problema nevinovăţiei lui. Nici vorbă. În spatele uşilor, critica soldaţilor de partid la adresa justiţiei nu este că arestează oameni nevinovaţi. De altfel, 90% din dosarele deschise de DNA s-au încheiat cu condamnări.

Problema soldaţilor de partid este că, pentru a-şi dovedi credinţa faţă de partid, au trebuit fie să fure, fie să încalce legea cel puţin o dată în ultimii ani. Majoritatea acestor „soldaţi credincioşi” au în dulap schelete care-i pot transforma oricând în subiectul unei cereri de arestare. Discuţiile dintre ei nu se învârt aşadar în jurul nevinovăţiei, ci a ordinii în care vin punerile sub acuzare. „De ce mai întâi eu, când şi ăla a furat la fel ca mine?”, cârcotesc aceşti soldaţi credincioşi de partid. Este motivul pentru care se vorbeşte tot mai mult, transpartinic, de un moment zero: de astăzi, 1 iunie 2015, cine fură şi e prins merge la puşcărie. Dar furturile înfăptuite până pe 1 iunie 2015 sunt uitate. Acesta este visul prezent al supra-cetăţenilor din Parlamentul României.

Există trei tipuri de parlamentari: şefii-păpuşari ai partidelor; oamenii cu un anume prestigiu local şi ego proporţional de a căror imagine partidul s-a folosit pentru a mai câştiga un loc în parlament (medici, profesori, foşti sportivi, etc.) şi trupeţii de partid. Dan Şova şi-a început cariera politică făcând parte din ultima categorie. Antecedentele lui sunt catastrofale: a minţit în documente oficiale în privinţa studiilor sale, a negat existenţa holocaustului, a calomniat fără dovezi jurnalişti români şi străini şi s-a opus incriminării infracţiunilor de corupţie şi luare de mită. Singura sa calitate este că şi-a servit cu credinţă partidul, combinând alunecos voturi prin Parlament, în timp ce alegătorii lui olteni „au probleme cu ochii”.

Cum se întâmplă întotdeauna în istorie, după o revoluţie urmează o restauraţie. La 25 de ani de la revoluţia din 1989, România a traversat un nou cutremur politic: zeci de foşti miniştri, zeci de primari şi mari baroni locali au fost condamnaţi pentru că au furat din banii noştri. Cine şi-ar fi imaginat, cu doar 5 ani în urmă, că Mazăre, Udrea, Năstase, Becali, Voiculescu şi mulţi alţii vor ajunge să facă puşcărie. E o perioadă care va rămâne gros însemnată în istoria României. Dar nu e suficient.

Toamna trecută, după mai multe discuţii cu responsabili americani de lupta împotriva corupţiei din sistemul medical, am aflat că principiul lor de bază nu este să-l bage pe hoţ la puşcărie, ci să recupereze banii furaţi împreună cu o amendă de zece ori mai mare decât suma furată. Spre acest tip de mentalitate trebuie să evolueze şi justiţia română. Cătuşele nu (mai) sunt suficiente. Urmează o perioadă de restauraţie în care găştile politice vor face totul să oprească această revoluţie a justiţiei. Şi vor reuşi. Ca orice revoluţie, nici aceasta nu a fost perfectă: a avut excesele ei, eroii ei şi mizerabilii ei. Dar pentru a se transforma din revoluţie în evoluţie e necesară o reinventare.

Am sperat că această curăţenie generală în clasa politică va împinge în faţă un alt tip de români implicaţi politic. M-am înşelat. Soluţia nu vine din interiorul clasei politice, care nu poate fi reformată nici cu biciul justiţiei. Soluţia vine din afara ei. Sunt martor, în ultimul an, la o creştere febrilă a numărului iniţiativelor civice: e vorba de oameni sub 40 de ani, din clasa mijlocie, care nu mai aşteaptă nimic de la politicieni. Au început să construiască secţii noi prin spitale, să supravegheze activitatea ministerelor, să organizeze tabere pentru copii, să monitorizeze construcţia autostrăzilor, să se revolte împotriva abuzurilor din educaţie. Deocamdată nu sunt destui, dar numărul este în creştere. Ei evoluează în spaţiul liber creat de revoluţia Justiţiei.

Vor rezista perioadei de restauraţie care urmează? Sau vor imita modelul fraţilor lor mai mari care, după votul din mai 1990, au ales să plece? De felul în care ei vor răspunde la această întrebare depinde viitorul României.

Sursa: HOTNEWS

 
        
Noiembrie 2018
Lu Ma Mi Jo Vi Du

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30


Curs Valutar
RON - EUR 4.6586
RON - TRY 0.7564

Utilizatori

We have 161 guests and 0 members online